Katsu roept een wereld van klank en stilte op. Klaas de Vries onderzoekt naklank en innerlijke stilte; in het hart van het werk spreken de musici over de betekenis van muziek.
Klaas de Vries (1944) is de ‘eminence grise’ van het Nederlandse componisten-gilde en behoort tot ‘gouden generatie’ met onder meer Louis Andriessen, Tristan Keuris en Peter-Jan Wagemans. “KATSU” (Japans voor overwinning) roept een wereld op van klank en stilte. De Vries is vooral geïnteresseerd in de ‘naklank’ — als een metafoor voor wat een componist achterlaat voor de eeuwigheid, op zoek naar innerlijke stilte.
Het muzikale materiaal van het werk bestaat over het algemeen uit parallel lopende lijnen in de saxofoons, akkoord-materiaal in de piano en veel rustmomenten.
In “KATSU” refereert de componist ook aan de algemene waardering over de betekenis van de muziek voor de mens, die heden ten dage zo vaak onder druk lijkt te staan. In het hart van de compositie laat De Vries de musici de volgende tekst voordragen:
“Music might be a waste of time, but we have to acknowledge it has great power over our bodies and over our minds. It can make us dance and it can make us cry. Music has power over what makes us most human: our sorrows, our joys, our memories, our hopes, our dreams. If our mind is a labyrinth, there is hope because a labyrinth always has a way out. To find the way out takes time. Time is much too precious not to be wasted. We have to waste time! It is compulsory!!”